Metformine Sandoz 500mg Filmomh Tabl Pot100x500mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Metformine Sandoz 500mg Filmomh Tabl Pot100x500mg

  € 8,38
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 8,38
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Melkzuuracidose Melkzuuracidose, een zeer zeldzame, maar ernstige metabole complicatie, treedt meestal op bij een acute verslechtering van de nierfunctie of een cardiorespiratoire ziekte of een sepsis. Accumulatie van metformine treedt op bij een acute verslechtering van de nierfunctie en verhoogt het risico van melkzuuracidose. In geval van uitdroging (ernstige diarree of braken, koorts of een verlaagde vochtopname) dient metformine tijdelijk te worden stopgezet en wordt het aanbevolen contact op te nemen met een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Geneesmiddelen die acuut de nierfunctie kunnen verstoren (zoals antihypertensiva, diuretica en NSAID's) dienen voorzichtig te worden gestart bij patiënten die met metformine worden behandeld. Andere risicofactoren voor melkzuuracidose zijn te hoge alcoholinname, leverinsufficiëntie, inadequaat gecontroleerde diabetes, ketose, langdurig vasten en elke aandoening die gepaard gaat met hypoxie, evenals het gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die melkzuuracidose kunnen veroorzaken (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Patiënten en/of zorgverleners dienen op de hoogte gebracht te worden van het risico van melkzuuracidose. Melkzuuracidose wordt gekenmerkt door een acidotische dyspneu, buikpijn , spierkrampen, asthenie en hypothermie, gevolgd door coma. In geval van verdachte symptomen dient de patiënt de inname van metformine te stoppen en direct medische hulp in te roepen. Diagnostische laboratoriumbevindingen zijn een gedaalde bloed-pH (< 7,35), verhoogde plasmalactaatspiegels (> 5 mmol/l) en een verhoogde aniongap en lactaat-pyruvaatverhouding. Patiënten met een bekende of vermoede mitochondriale ziekte: Bij patiënten van wie bekend is dat ze een mitochondriale ziekte hebben, zoals het MELAS-syndroom (mitochondriale encefalopathie met lactaatacidose en beroerteachtige episodes) en van moederszijde geërfde diabetes en doofheid (maternal inherited diabetes and deafness, MIDD), wordt metformine niet aanbevolen vanwege het risico op exacerbatie van lactaatacidose en neurologische complicaties die kunnen leiden tot verergering van de ziekte. Bij tekenen en symptomen die het MELAS-syndroom of MIDD doen vermoeden na inname van metformine, moet de behandeling met metformine onmiddellijk worden gestaakt en moet onmiddellijk een diagnostische evaluatie plaatsvinden.

Hartfunctie Patiënten met hartfalen lopen een hoger risico op hypoxie en nierinsufficiëntie. Bij patiënten met stabiel chronisch hartfalen mag metformine gebruikt worden, mits regelmatige opvolging van de hart�en nierfunctie plaatsvindt. Voor patiënten met acuut en onstabiel hartfalen is metformine gecontra�indiceerd (zie rubriek 4.3). Nierfunctie GFR moet worden bepaald voor de start van de behandeling en regelmatig daarna, zie rubriek 4.2. Metformine is gecontra-indiceerd bij patiënten met een GFR< 30 ml/min en moet tijdelijk worden stopgezet bij aandoeningen die de nierfunctie veranderen, zie rubriek 4.3. Toediening van jodiumhoudende contraststoffen Intravasculaire toediening van jodiumhoudende contraststoffen kan leiden tot door een contraststof geïnduceerde nefropathie, wat accumulatie van metformine en een verhoogd risico van melkzuuracidose kan veroorzaken. Metformine dient te worden onderbroken voor of tijdens het beeldvormende onderzoek en mag pas ten minste 48 uur later worden herstart, op voorwaarde dat de nierfunctie opnieuw werd gecontroleerd en stabiel blijkt te zijn (zie rubrieken 4.2 en 4.5 ). Chirurgie Metformine moet bij een chirurgie onder algemene, spinale of epidurale anesthesie worden stopgezet. De behandeling mag niet eerder dan 48 uur na de operatie of hervatting van de orale voeding worden herstart en op voorwaarde dat de nierfunctie is gecontroleerd en stabiel blijkt te zijn. Pediatrische patiënten De diagnose van type 2-diabetes moet worden bevestigd voor een behandeling met metformine wordt gestart. In gecontroleerde klinische studies van een jaar had metformine geen effect op de groei en de puberteit, maar er zijn geen langetermijngegevens over die specifieke punten. Daarom wordt een zorgvuldige follow-up van het effect van metformine op die parameters aanbevolen bij kinderen die met metformine worden behandeld, vooral prepuberale kinderen. Kinderen van 10 tot 12 jaar Er zijn maar 15 proefpersonen van 10 tot 12 jaar opgenomen in de gecontroleerde klinische studies die zijn uitgevoerd bij kinderen en adolescenten. Hoewel de doeltreffendheid en de veiligheid van metformine niet verschilden van de doeltreffendheid en de veiligheid bij oudere kinderen, is bijzondere voorzichtigheid geboden bij het voorschrijven aan kinderen van 10 tot 12 jaar. Andere voorzorgen Alle patiënten moeten hun dieet voortzetten met een regelmatige spreiding van de inname van koolhydraten over de dag. Patiënten met overgewicht moeten hun caloriearm dieet voortzetten. De gebruikelijke laboratoriumtests voor de controle van diabetes moeten regelmatig worden uitgevoerd. Metformine kan het vitamine B12-serumgehalte verlagen. Het risico op lage vitamine B12-gehaltes neemt toe met een hogere dosis metformine, een langere behandelingsduur en/of bij patiënten met risicofactoren waarvan bekend is dat ze vitamine B12-deficiëntie veroorzaken. Bij vermoeden van vitamine B12-deficiëntie (bv. anemie of neuropathie), moet het vitamine B12-serumgehalte worden gecontroleerd. Regelmatige controle van vitamine B12 kan nodig zijn bij patiënten met een risico op vitamine B12-deficiëntie. Behandeling met metformine moet worden voortgezet zolang deze wordt verdragen en niet gecontra-indiceerd is, en er dient een passende corrigerende behandeling voor vitamine B12-deficiëntie te worden gegeven volgens de huidige klinische richtlijnen.

Metformine alleen veroorzaakt geen hypoglykemie, hoewel voorzichtigheid geboden is als het wordt gebruikt in combinatie met insuline of andere orale antidiabetica (bv. sulfonylureumderivaten of meglitinides).

Metformine Sandoz wordt gebruikt voor de behandeling van patiënten met type 2 diabetes (ook 'niet-insulineafhankelijke diabetes' genaamd), als een dieet en lichaamsbeweging alleen niet volstaan om de bloedsuikerwaarden te controleren. Het wordt vooral gebruikt bij patiënten met overgewicht.

Volwassenen kunnen Metformine Sandoz alleen gebruiken of samen met andere geneesmiddelen om diabetes te behandelen (geneesmiddelen die oraal worden ingenomen of insuline).

Kinderen van 10 jaar en ouder, en adolescenten kunnen Metformine Sandoz alleen gebruiken of samen met insuline.

De werkzame stof in dit geneesmiddel is metforminehydrochloride.

Elke filmomhulde tablet bevat 500 mg metforminehydrochloride equivalent aan 390 mg metforminebase.

Elke filmomhulde tablet bevat 850 mg metforminehydrochloride equivalent aan 662,9 mg metforminebase.

De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn povidon K90, magnesiumstearaat, hypromellose, macrogol 4000, titaandioxide.

Gebruikt u naast Metformine Sandoz nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat dat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Mogelijk moet u vaker bloedsuiker- en nierfunctietests ondergaan of mogelijk moet uw arts de dosis Metformine Sandoz aanpassen. Het is vooral belangrijk om het volgende te melden:

  • geneesmiddelen die alcohol bevatten

  • glucocorticoïden, geneesmiddelen om afstoting van een getransplanteerd orgaan te voorkomen en ontsteking te verminderen zoals ontsteking van de huid of bij astma

  • geneesmiddelen die de luchtwegen verwijden, zoals salbutamol, fenoterol en terbutaline

  • geneesmiddelen die de urineproductie verhogen (diuretica)

  • geneesmiddelen die worden gebruikt om pijn en ontsteking te behandelen (NSAID's en COX-2-remmers, zoals ibuprofen en celecoxib)

  • bepaalde geneesmiddelen voor de behandeling van een hoge bloeddruk (ACE-remmers en angiotensine-II-receptorantagonisten)

  • geneesmiddelen die de hoeveelheid Metformine Sandoz in uw bloed kunnen veranderen, voornamelijk als u een verminderde nierfunctie heeft (zoals verapamil, rifampicine, cimetidine, dolutegravir, ranolazine, trimethoprime, vandetanib, isavuconazol, crizotinib, olaparib).

  • geneesmiddelen om het bloedsuikergehalte te verlagen, zoals insuline of geneesmiddelen die u door de mond inneemt.

Inname van deze geneesmiddelen samen met Metformine Sandoz kan tot gevolg hebben dat uw bloedsuikergehalte te laag wordt. Zie onder "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?".

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Metformine Sandoz kan een zeer zeldzame (kan optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen), maar zeer ernstige bijwerking veroorzaken die melkzuuracidose wordt genoemd (zie de rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?"). Als dit gebeurt, moet u de inname van Metformine Sandoz stopzetten en direct contact opnemen met een arts of het dichtstbijzijnde ziekenhuis, omdat melkzuuracidose tot coma kan leiden.

Andere mogelijke bijwerkingen

Zeer vaak, kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 mensen:

• misselijkheid • braken • diarree • buikpijn • verminderde eetlust

Deze klachten treden vooral op in het begin van de behandeling. Het helpt wanneer u de doseringen over de dag verspreidt en wanneer u Metformine Sandoz tijdens of direct na de maaltijd inneemt. Als de symptomen aanhouden, stop dan met de inname van Metformine Sandoz en raadpleeg uw arts.

Vaak, kunnen optreden bij tot 1 op de 10 mensen:

• verandering van smaak • verminderde of lage hoeveelheid vitamine B12 in het bloed (symptomen zijn onder meer extreme vermoeidheid, een pijnlijke en rode tong (glossitis), tintelingen (paresthesie) of bleke of gele huid). Uw arts kan enkele tests laten doen om de oorzaak van uw symptomen te vinden, omdat sommige hiervan ook veroorzaakt kunnen worden door diabetes of andere gezondheidsproblemen die hier geen verband mee houden.

Zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen:

• melkzuuracidose. Dit is een zeer zelden voorkomende, maar ernstige complicatie, vooral als uw nieren niet goed werken.

Symptomen van melkzuuracidose zijn aspecifiek (zie de rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?").

• rood worden van de huid • jeuk • jeukende uitslag • afwijkingen van de leverfunctietests of leverontsteking; dat kan leiden tot:

  • vermoeidheid
  • verminderde eetlust
  • vermagering
  • met of zonder geel worden van de huid of het wit van de ogen.

Als dit gebeurt, zet de inname van Metformine Sandoz stop en breng uw arts meteen op de hoogte als dat gebeurt.

Kinderen en jongeren tot 18 jaar

Beperkte gegevens met betrekking tot kinderen en jongeren tot 18 jaar toonden aan dat de bijwerkingen in aard en ernst vergelijkbaar zijn met de bijwerkingen gemeld bij volwassenen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, Afdeling Vigilantie, Postbus 97, 1000 BRUSSEL Madou, Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg.be. Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Wanneer mag u dit geneesmiddel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.

  • U heeft een sterk verminderde nierfunctie.

  • U heeft ongecontroleerde diabetes met, bijvoorbeeld, ernstige hyperglykemie (te veel glucose in het bloed), misselijkheid, braken, diarree, snelle vermagering, melkzuuracidose (zie 'Risico van melkzuuracidose' hieronder) of ketoacidose. Ketoacidose is een aandoening waarbij stoffen die 'ketonlichamen' genoemd worden zich ophopen in het bloed, wat kan leiden tot een diabetisch precoma. Symptomen zijn onder andere maagpijn, snelle en diepe ademhaling, slaperigheid of uw adem die een ongewone fruitgeur ontwikkelt.

  • U heeft leverproblemen.

  • U drinkt regelmatig grote hoeveelheden alcohol.

  • Uw lichaam heeft te veel water verloren (dehydratatie), zoals na

  • langdurige of ernstige diarree of

  • als u verschillende keren na elkaar hebt gebraakt.

Dehydratie kan leiden tot nierproblemen, wat een risico op melkzuuracidose met zich meebrengt. (Zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?").

  • U wordt behandeld voor acuut hartfalen of u heeft recent een hartaanval gehad, u hebt ernstige problemen met uw bloedsomloop (zoals shock) of u heeft ademhalingsproblemen. Dit kan aanleiding geven tot een gebrek aan zuurstoftoevoer naar weefsel wat een risico op melkzuuracidose met zich meebrengt (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel").

  • U heeft een ernstige infectie, zoals een infectie die de longen, de luchtwegen of de nieren aantast. Ernstige infecties kunnen aanleiding geven tot nierproblemen, wat een risico op melkzuuracidose met zich meebrengt (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel").

Als een van bovenstaande punten op u van toepassing is, neem dan contact op met uw arts voodat u begint met de inname van dit geneesmiddel.

Zwangerschap Ongecontroleerde diabetes tijdens de zwangerschap (zwangerschapsdiabetes of permanente diabetes) wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, miskramen, door zwangerschap geïnduceerde hypertensie, pre-eclampsie en perinatale sterfte. Het is belangrijk om de bloedglucosespiegels tijdens de zwangerschap zo dicht mogelijk bij de normale waarden te houden om het risico op nadelige hyperglykemie-gerelateerde gevolgen voor de moeder en haar kind te beperken.

Metformine passeert de placenta met waarden die even hoog kunnen zijn als de concentraties bij de moeder. Een grote hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 1000 blootgestelde uitkomsten) uit een cohortstudie op basis van registers en gepubliceerde gegevens (meta-analyses, klnische studies en registers) duidt niet op een verhoogd risico op congenitale afwijkingen noch foetale/neonatale toxiciteit na blootstelling aan metformine in de periconceptionele fase en/of tijdens de zwangerschap. Er is beperkt en niet doorslaggevend bewijs van het effect van metformine op het lange termijn gewicht van kinderen die in utero zijn blootgesteld. Metformine lijkt geen invloed te hebben op de motorische en sociale ontwikkeling tot de leeftijd van 4 jaar bij kinderen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld, hoewel de gegevens over de resultaten op lange termijn beperkt zijn. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op schadelijke effecten wat betreft de zwangerschap, de ontwikkeling van het embryo/de foetus, de bevalling of de postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Indien klinisch noodzakelijk, kan het gebruik van metformine worden overwogen tijdens de zwangerschap en tijdens de periconceptionale fase als aanvulling op of als alternatief voor insuline. Borstvoeding Metformine wordt in de moedermelk uitgescheiden. Er werden geen bijwerkingen waargenomen bij pasgeborenen/zuigelingen die borstvoeding kregen. Maar omdat er maar beperkte gegevens voorhanden zijn, wordt borstvoeding niet aanbevolen tijdens behandeling met metformine. Er moet worden besloten of de borstvoeding eventueel moet worden gestaakt, waarbij de voordelen van borstvoeding en het mogelijke risico op bijwerkingen bij het kind in overweging moeten worden genomen. Vruchtbaarheid De vruchtbaarheid van mannelijke of vrouwelijke ratten werd niet beïnvloed door metformine bij toediening in een dosering tot 600 mg/kg/dag, ongeveer driemaal de maximale aanbevolen dagdosering bij de mens gebaseerd op lichaamsoppervlak vergelijkingen.

Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Als u een verminderde nierfunctie heeft, schrijft uw arts u misschien een lagere dosis voor.

Als u ook insuline gebruikt, vertelt uw arts u hoe u met Metformine Sandoz moet starten.

Metformine Sandoz kan de voordelen van een gezonde levensstijl niet vervangen. Blijf de voedingsadviezen die uw arts u heeft gegeven opvolgen en zorg voor regelmatige lichaamsbeweging.

  • Er bestaan ook tabletten met 850 mg en 1000 mg van het werkzame bestanddeel metforminehydrochloride voor aanpassing van de dosering aan de patiënt.

Volwassenen

 De geadviseerde startdosering is: 1 tablet Metformine Sandoz 2- tot 3-maal per dag.

 Na inname van Metformine Sandoz gedurende ongeveer 2 weken kan de arts uw bloedsuikergehalte meten en de dosering aanpassen.

 Maximumdosering: 6 tabletten* Metformine Sandoz per dag, verdeeld over 3 giften.

Kinderen van 10 jaar en ouder

 Gebruikelijke startdosering: 1 tablet Metformine Sandoz of 850 mg* Metformine Sandoz hydrochloride per dag.

 Nadat het kind Metformine Sandoz gedurende ongeveer 2 weken heeft ingenomen, kan de arts het bloedsuikergehalte meten en de dosering aanpassen.

 Maximumdosering: 4 tabletten* Metformine Sandoz per dag, verdeeld over 2 of 3 giften.

Patiënten van 65 jaar en ouder

De arts bepaalt de dosering van Metformine Sandoz op grond van uw nierfunctie, omdat nierinsufficiëntie vaak voorkomt in deze groep.

CNK 3263456
Organisaties Sandoz
Merken Sandoz
Breedte 73 mm
Lengte 114 mm
Diepte 71 mm
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)